
Beelden kunnen ons meer vertellen dan woorden. Men heeft mij gevraagd de film die we gaan bekijken — Inside Gaza — in te leiden met een toespraak. Dat zal ik niet doen. Deze indrukwekkende documentaire spreekt voor zichzelf. Ik beperk me tot drie observaties.
Ten eerste. In 1980 publiceerde UNESCO een rapport over het concept van de Nieuwe Internationale Informatieorde. (1) Het was geschreven door een commissie onder voorzitterschap van een voormalig stafchef van de Ierse bevrijdingsbeweging IRA, die later minister van Buitenlandse Zaken van de Republiek Ierland werd: Sean MacBride. Hij was oprichter van Amnesty International en ontving in 1954 de Nobelprijs voor de Vrede.
Het concept van een Nieuwe Internationale Informatieorde was controversieel. Het idee was dat informatie over ontwikkelingen en conflicten in het Zuiden — zoals nu in Gaza en de Westelijke Jordaanoever — in de toekomst primair door mensen uit het Zuiden zelf gegeven zou moeten worden, in plaats van door westerse persagentschappen en andere media. Dat idee werd betwist door westerse politici en journalisten die zich nog steeds superieur voelden en meenden beter te weten dan de mensen die werden blootgesteld aan misbruik en geweld, en die leden onder de pijn van oorlogen in het Zuiden. Sean MacBride was echter een staatsman met gezag, en zijn commissie bestond uit bekende journalisten en schrijvers, onder wie Gabriel García Márquez. Het rapport kon dus niet gemakkelijk worden weggewuifd.
Ik was lid van die commissie. Ik herinner me dat een van onze moeilijkste discussiepunten de vraag was of we regeringen zouden moeten aanbevelen internationale juridische bescherming voor journalisten in te stellen. Er waren belangrijke redenen vóór een dergelijke officiële bescherming. Net als vandaag werden journalisten vervolgd. Ze werden bedreigd, gegijzeld en gedood door oorlogvoerende partijen en regeringen zelf.
Als journalisten niet langer kunnen berichten over het doden van vrouwen en kinderen, staat het de bezettende macht vrij onrecht te blijven plegen.
Er waren echter ook belangrijke bedenkingen. Wie bepaalt wie wel of niet als journalist wordt beschouwd? Regeringen, die zelf partij zijn? En wat te doen met burgers die niet als journalist geregistreerd staan, maar toch verslag geven van wat er gebeurt — blogs schrijven, foto’s maken en die verspreiden? Moeten deze mensen niet ook beschermd worden? Zo niet, dan lopen zij het risico vogelvrij verklaard te worden.
Na langdurige discussies, waarbij alle argumenten zijn afgewogen, besloten we het idee van officiële juridische bescherming te laten varen. Achteraf gezien trokken we echter de verkeerde conclusie. Er is geen tegenstelling tussen de bescherming van journalisten en die van andere mensen. Integendeel: de bescherming van journalisten dient ter bescherming van burgers. Dat is waarom de Israëliërs journalisten doden. Als journalisten niet langer kunnen berichten over het doden van vrouwen en kinderen en geen beelden van verwoestingen en verdrijvingen naar het buitenland kunnen sturen, staat het de bezettende macht vrij onrecht te blijven plegen.
Ten tweede. Twintig jaar geleden leidde ik de VN-vredesmissie in Soedan. Meer dan zeventig jaar lang had het Zuiden een bevrijdingsoorlog gevoerd tegen het Noorden. We slaagden erin de oorlogvoerende partijen te helpen vrede te sluiten. Maar ondertussen was in Darfur, in Noord-Soedan, een burgeroorlog uitgebroken die leidde tot genocide door Arabische milities, de Janjaweed, tegen mensen van andere etniciteiten. Honderdduizenden werden gedood. Miljoenen ontheemd, levend in kampen zonder adequate bescherming en middelen van bestaan. Regeringen weigerden onze vredesmissie voldoende middelen te geven om te doen wat we moesten doen.
In 2005 werd ik uitgenodigd te spreken op een festival van World Press Photo in Amsterdam. Ik vertelde het publiek over de verschrikkingen in Darfur en riep journalisten en fotografen op naar Darfur te gaan en verslag te doen. ‘Kom alsjeblieft. We hebben meer verhalen en meer beelden nodig.’
Dat jaar kwam er slechts één fotograaf: Kadir van Lohuysen. Het doden ging door. We stelden wanhopig rapporten op voor het VN-hoofdkwartier en de Veiligheidsraad, maar konden de publieke opinie niet mobiliseren om druk uit te oefenen op regeringen. Integendeel: regeringen, ondanks hun besluit dat jaar dat de internationale gemeenschap een Responsibility to Protect (R2P) had — ‘bevolkingen beschermen tegen genocide, oorlogsmisdaden, etnische zuivering en misdaden tegen de menselijkheid’ — bleven wegkijken. De genocide stopte nooit. Ze gaat door tot op de dag van vandaag. Er zijn geen getuigen. Verhalen worden niet verteld, beelden worden niet getoond.
Genocide duldt geen getuigen.
Ten derde. In de documentaire van vandaag zien we een groep Palestijnse journalisten en fotografen die werken voor Agence France-Presse. Ze wonen en werken in Gaza, in het hart van het Palestijnse lijden. Ze berichten over de kwellingen van het volk en worden daardoor zelf het doelwit van Israëlische drones en bommen. De Israëliërs doden niet alleen vrouwen en kinderen, maar ook hulpverleners en journalisten — bewust en willens en wetens. Genocide duldt geen getuigen. Maar artsen en verslaggevers gaan door met wat ze moeten doen, en we bewonderen hun moed.
Ondanks de Israëlische pogingen om alle informatie over hun misdaden te onderdrukken, weten we wat er gebeurt. We zien de beelden en luisteren naar de oorlogsverslagen van AFP, Al-Jazeera en de mensen van Gaza die hun smartphones gebruiken. Buiten Gaza worden we overspoeld met verhalen en beelden. Als je het wilt weten, kun je het weten, dag na dag. In dat opzicht is Gaza anders dan Darfur.
Maar ondanks dit alles wordt er niet ingegrepen. De wereld kijkt weg. Politieke leiders, met name westerse leiders — inclusief de Nederlandse — zijn medeplichtig door hun stilzwijgen. Zullen ze later zeggen: ‘Wir haben es nicht gewusst’? Onmogelijk — de wereld kijkt toe. We hebben alle informatie: het gaat om een systematische uitwissing van Gaza, bewuste genocide.
Luister naar Itamar Ben Gvir, Israëlisch minister van Nationale Veiligheid: ‘Ze moeten worden verpletterd, doodgehongerd en niet gered worden door humanitaire hulp die hen zuurstof geeft.’
Luister naar Bezalel Smotrich, minister van Financiën: ‘Het zou gerechtvaardigd kunnen zijn om 2 miljoen Palestijnen van honger te laten sterven.’
Luister naar Amihai Ben Eliyahu, minister van Erfgoed: ‘Het leger moet manieren vinden die pijnlijker zijn dan de dood voor de burgers in Gaza. Ze doden is niet genoeg.’ Minister van Erfgoed: wat zit er in een naam?
Inderdaad, dat is wat er gaande is: bombarderen om te doden, verpletteren, manieren gebruiken die pijnlijker zijn dan de dood. Gaza is een modern killing field. De mensen vluchten van Noord naar Zuid, en terug. Van de ene stad naar de andere, en terug. Van de steden naar het strand, en terug. Keer op keer. Er is geen veilige plek. En terwijl ze slapen in de ruïnes van hun huizen, leven in lekkende tenten of lopen langs de wrakstukken van hun huizen en ziekenhuizen, zijn ze het doelwit van moderne experimentele hightech-oorlogsvoering.
Luister naar hun stemmen: ‘Het is een Apocalyps.’ ‘We vluchten van de dood naar de dood.’ ‘De wereld heeft zijn moreel kompas verloren.’ Luister, kijk, en spreek je uit. Dit is niet alleen een film. Het is een oproep tot actie.
Deze introductie werd samen met literatuurfestival Read My World georganiseerd.
Noten

